De staat van de natuur en het milieu in het Caribische deel van het Koninkrijk
In dit artikel:
Visser Edwin ‘Makambi’ Flameling blikt in een overzicht op 2025 terug en schetst een alarmerend beeld van natuur en milieu in het Caribische Koninkrijk, met concrete voorbeelden van Curaçao, Aruba, Sint Maarten en de BES-eilanden. Hij legt een directe verbinding tussen milieuachteruitgang, leefbaarheid, economie (vooral toerisme en visserij) en de toekomst van de eilanden.
Curaçao: kustbebouwing, riool en koraal
Op Curaçao staat 2025 in het teken van toenemende betonbouw langs de kust — van luxe resorts tot strandopknapprojecten — waardoor natuurlijke strandlijnen, toegang voor bewoners en koraalgroei onder druk komen te staan. Publiek verzet groeit; lokale gemeenschappen procederen vaker en protesteren openlijk wanneer inspraak ontbreekt. De ISLA-raffinaderij zoekt opnieuw naar een exploitant, maar politieke en juridische onduidelijkheden en de onbetrouwbare toevoer van Venezolaanse olie maken een heropening onzeker; sluiting is waarschijnlijker. Tegelijkertijd kampen rioolzuiveringsinstallaties met falen: overstorten lozen regelmatig ongezuiverd afvalwater, wat volgens onderzoek van Carmabi bijdraagt aan algengroei en voortschrijdende koraalschade. Klimaatverandering versterkt de problemen: extremere neerslag en stijgende zeespiegel leiden tot overstromingen in Willemstad. Koraalbedekking is sinds de jaren tachtig dramatisch gedaald (van circa 70% naar ongeveer 14%), met bleaching, ziektes en overbevissing als belangrijke oorzaken. Restauratieprojecten en kweekpogingen bestaan, maar blijven kleinschalig en onvoldoende zonder strenge handhaving — bijvoorbeeld van papegaaivissen die algen grazen. Klein Curaçao kreeg Ramsar-status en er was een veelbelovend duurzaam plan, maar de uitvoering stokte. Sargassum-bloei blijft stranden en broedplaatsen belasten; mangroves blijven essentieel maar kwetsbaar voor ontwikkelingsdruk.
Aruba: definitief einde Lago, protest tegen overtoerisme
Aruba nam in 2025 het besluit om de Lago-raffinaderij te sluiten. Tegelijk blijven overtoerisme en hoteluitbreiding dominante issues, met zichtbare protesten en de slogan “No more hotels”. Afvalwater- en afvalproblemen blijven onopgelost; de rechter heeft de overheid vaker nalatig genoemd. Positieve voorbeelden zijn lokale beschermingsmaatregelen (zoals voor het Arubaanse holenuiltje) en nieuwe vondsten van endemische soorten. Een natuurbeleidsplan 2024–2030 is vastgesteld, maar realisatie blijft de crux.
Sint Maarten: afval en mariene waarde
Ook Sint Maarten worstelt met afvalbeheer en ontvangt beleidssteun uit Nederland. Wetenschappelijk werk toont aan dat de wateren rond het eiland belangrijke kraamgebieden zijn voor haaien; er is aandacht voor duurzaam visserijbeheer en het Man of War Shoal Marine Park.
BES-eilanden: afvalchaos, rechtszaken en soorten in crisis
Bonaire kreeg veel kritiek door herhaalde branden bij de Lagun-afvaldump en een breed bestuurlijk debat. Greenpeace spande een zaak aan tegen Nederland wegens onvoldoende klimaatbescherming voor Bonaire — uitspraak verwacht begin 2026. Biodiversiteit is economisch essentieel; de lora-populatie groeit maar kampt met habitatverlies, flamingo-broedgebieden zijn kwetsbaar voor zeespiegelstijging. Sint Eustatius werkt aan herstelprogramma’s voor een zeldzame grondduif; invasieve soorten bedreigen eilandecologieën. Saba scoort relatief goed: recyclingprojecten en bescherming van de Saba Bank springen eruit.
Regie en samenwerking
Wetenschap leverde belangrijke inzichten (o.a. migratie van haaien en walvissen) en monitoringsdata, en er zijn initiatieven om de SDG’s lokaal te vertalen (bijv. Stichting Club 17). Belangrijk was ook een multilateraal Memorandum of Understanding tussen Sint Maarten, Aruba, Curaçao en Nederland voor gezamenlijke natuurbescherming en duurzaam beheer. Toch benadrukt Flameling dat een structurele kloof blijft tussen beleidsambities en uitvoering: gebrek aan handhaving, financiering, technische capaciteit en politieke wil vormen de kern van de problemen. Regionale samenwerking, meer daadkracht bij uitvoering en prioritering van infrastructuur (riool, afval) en kustbescherming worden als noodzakelijke stappen naar herstel genoemd.