Hof verhoogt boete Banco di Caribe naar 320.000 florin
In dit artikel:
Banco di Caribe moet uiteindelijk 320.000 florin betalen aan de Centrale Bank van Aruba omdat de bank niet tijdig meldde van ongebruikelijke transacties en verzuimde cliƫnten structureel te blijven monitoren. De sanctie vloeit voort uit een handhavingsbesluit van de toezichthouder uit oktober 2021, waarbij werd geoordeeld dat de bank de Landsverordening voorkoming en bestrijding van witwassen en terrorismefinanciering had overtreden.
Aanvankelijk legde de Centrale Bank een boete van 360.000 florin op; in bezwaar werd dit begin 2024 wegens overschrijding van een redelijke termijn verlaagd naar 350.000 florin. Het Gerecht in eerste aanleg bracht de boete eind 2024 verder terug tot 247.500 florin, onder meer omdat het oordeel dat de leidraad voor boetebepaling onjuist was toegepast en vanwege de lange duur van de procedure. Het Gemeenschappelijk Hof corrigeerde die verlaging in een uitspraak vorige week: er is wel aanleiding tot matiging door de trage afhandeling, maar die vermindering is wettelijk begrensd, waardoor de boete is vastgesteld op 320.000 florin.
De zaak illustreert hoe Arubaanse toezichthouders handhaven op anti-witwasregels en dat rechtbanken bij boetematiging wettelijke grenzen hanteren.