Luchtvaartrecht: Sint-Maarten ingrijpend, Aruba terughoudend
In dit artikel:
In december verschenen twee luchtvaartzaken in kort geding voor bestuursrechters op verschillende Caribische eilanden, met tegengestelde uitkomsten die laten zien hoe verschillend rechters kunnen omgaan met bestuurlijke stilstand. Jurist Lincoln D. Gomez bespreekt de zaken en trekt de conclusie dat de ene rechter ingreep om besluiteloosheid te doorbreken, terwijl de andere zich op procedurele gronden onthield — met mogelijk zware financiële consequenties.
Sint-Maarten: EZ Air, een luchtvaartmaatschappij uit Curaçao, wachtte meer dan tien maanden op een Foreign Air Operator Certificate dat commerciële vluchten naar en van Sint‑Maarten mogelijk zou maken. De lokale luchtvaartautoriteit vroeg herhaaldelijk om aanvullende gegevens maar nam geen besluit. De rechter oordeelde dat het langdurig uitblijven van een beslissing neerkwam op een fictieve weigering en gaf de overheid vier weken om alsnog een beslissing te nemen. De rechter bemoeide zich niet met de inhoud van die beslissing, maar handhaafde het fundamentele principe dat bestuurders binnen redelijke tijd moeten beslissen.
Aruba: een buitenlandse investeringsmaatschappij kocht via een gerechtelijke veiling in de EU een zakenvliegtuig waarvan de eerdere, staatsgebonden eigenaar alle rechtsmiddelen had uitgeput. Toen de nieuwe eigenaar het toestel in Aruba wilde registreren — een jurisdictie die zich profileert als aantrekkelijk luchtvaartregister — weigerde de Arubaanse luchtvaartautoriteit de aanvraag te behandelen omdat er geen formeel bewijs van uitschrijving in het vorige register was. De rechter in Aruba vond dat die formele ontbrekende akte reden was om in kort geding niet inhoudelijk in te grijpen; de kernvraag of de autoriteit de aanvraag mocht weigeren bleef daardoor onbesproken.
Gomez ziet hierin twee houdingen: in Sint‑Maarten een pragmatische rechter die bestuurlijke passiviteit corrigeert, in Aruba een terughoudende rechter die procedurele volledigheid zwaarder laat wegen dan de materiële realiteit. De Arubaanse aanpak kan volgens hem leiden tot flinke schadeclaims als achteraf blijkt dat de weigering onterecht was — rekeningen die uiteindelijk bij de belastingbetaler terechtkomen. Hij wijst erop dat een jurisdictie die internationaal concurrerend wil zijn als luchtvaartregister niet zowel openheid kan prediken als toegang kan blokkeren op basis van formele rigiditeiten.
De zaak illustreert volgens Gomez dat rechterlijke toetsing niet alleen om juridische vorm gaat, maar om het bewaken van rechtszekerheid en bestuurlijke verantwoordelijkheid. Inactie kan net zo schadelijk zijn als fout handelen; de rechtsstaat vraagt daarom om duidelijkheid, moed en het dragen van consequenties door bevoegde instanties.