Nederland beperkt gezamenlijke anti-drugsoperaties met VS buiten eigen wateren
In dit artikel:
Tijdens een recent bezoek aan Aruba kondigde defensieminister Ruben Brekelmans aan dat Nederland de gezamenlijke maritieme drugsbestrijding met de Verenigde Staten voorlopig stilzet buiten eigen territoriale wateren. De Nederlandse inzet blijft beperkt tot opsporing en handhaving binnen de territoriale zeeën van het Koninkrijk; deelname aan de Amerikaanse operatie Southern Spear op internationale wateren – een door Washington geleide, militair georiënteerde campagne die ook inzet op het uitschakelen van verdachte schepen – wordt niet ondersteund en Nederland stelt geen middelen of faciliteiten beschikbaar.
De stap volgt op een duidelijke koerswijziging in de VS, die in haar nationale veiligheidsstrategie inzet op gerichte militaire acties tegen drugskartels en waar nodig dodelijk geweld niet uitsluit. Die gemilitariseerde aanpak botst met de Nederlandse opvatting dat drugsbestrijding primair een zaak van opsporing, arrestatie en vervolging is, binnen juridische kaders en internationale rechtsregels. Daarom maakt Nederland nu expliciet onderscheid tussen bestaande multilaterale samenwerkingsverbanden (zoals eerdere inzet via Joint Interagency Task Force South) en de specifiek Amerikaanse operatie Southern Spear.
In praktische zin betekent dit dat het stationsschip en andere krijgsmiddelen vaker worden ingezet voor toezicht en monitoring rondom de ABC-eilanden, en minder — nu helemaal geen — inzet voor counterdrugsoperaties op internationale wateren. Binnen de territoriale wateren blijft de Kustwacht Caribisch Gebied de leiding, met ondersteuning van marine en patrouillevliegtuigen. Defensie benadrukt dat dit geen formele taakwijziging is, maar een herprioritering vanwege oplopende regionale spanningen en de veranderde Amerikaanse benadering; de hoofdtaak blijft de verdediging van het Koninkrijk en stabiliteit in het Caribisch gebied.
Nederland staat hierin niet alleen: ook bondgenoten zoals Canada, het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk hebben hun regels of samenwerking aangepast uit zorgen over gebruik van gedeelde informatie voor militaire acties die mogelijk conflicteren met internationaal recht en mensenrechten. Voor de eilanden betekent de nieuwe koers vooral meer nadruk op eigen toezicht en handhaving, zonder extra militaire aanwezigheid.